|
Schoolgids downloaden? Dat kan hier! (word-bestand).
Klik hier om naar de bladwijzers te gaan |
Voor u ligt de schoolgids van de
Christelijke Daltonschool “De Borg”.
Deze is met instemming van de medezeggenschapsraad is goedgekeurd. De
schoolgids geeft uitgebreide informatie over alle activiteiten die op “De
Borg” plaatsvinden.
Wij hopen dat u zich na het lezen van deze gids, een beeld kunt vormen van
onze school.
De schoolgids wordt elk jaar gewijzigd om de informatie actueel te houden.
De nieuwste versie kunt u aan het begin van het schooljaar vinden op de
website van De Borg. Ouders van nieuwe kinderen krijgen de schoolgids van
ons aangeboden. In de schoolgids vindt u voornamelijk algemene zaken,
hierbij kunt u denken aan:
• de manier waarop het onderwijs vorm krijgt op “De Borg”,
• hoe we omgaan met kinderen,
• wat ouders mogen verwachten van de school
• wat de school van ouders verwacht
Naast de schoolgids wordt er ieder jaar, voor alle gezinnen, een
‘ouderkalender’ uitgegeven. De kalender bevat actuele informatie van het
lopende schooljaar, hierbij kunt u denken aan:
• vrije dagen/vakanties,
• studiedagen
• projecten
Maandelijks komt er een nieuwsbrief uit, “Het Borgjournaal”. In dit journaal
proberen we allerlei wetenswaardigheden van het schoolleven te vermelden.
Om volledig op de hoogte te zijn van activiteiten van “De Borg”, verwijzen
we u tenslotte naar de website van de school. (www.basisschooldeborg.nl)
. Deze site proberen we actueel te houden. Zo bent u steeds op de hoogte van
de laatste nieuwtjes.
Ouders van nieuwe leerlingen heten wij van harte welkom. Wij hopen, dat uw
kind en u zich spoedig thuis voelen op onze school. Met deze schoolgids weet
u alvast het een en ander van onze school af we hopen dat u daardoor
vertrouwen hebt in de zaken die op school plaatsvinden.
Mocht u na het lezen van alle informatie nog vragen hebben, komt u dan
gerust eens langs. Ook kunt u ons ook bellen.
Namens alle teamleden, OR en MR wensen wij u en uw kind een goede
schoolperiode toe!
Met vriendelijke groeten,
mede namens de collega's,
De directie. |
|
|
|
|
|
|
NAAM : C.D.S. “De Borg”
ADRES : Dusselheugte 13, 9403 GN Assen
TELEFOON : 0594 370203
EMAIL :
directie.borg@cogdrenthe.nl
Terug naar de
bladwijzers |
|
De
Borg bevindt zich onder de paraplu van de stichting COG Drenthe. Dit
komt de kwaliteit en ontwikkelingsmogelijkheden van onze school ten goede.
De Christelijke Onderwijsgroep Drenthe heeft 21 scholen onder haar
verantwoordelijkheid in 4 Drentse gemeenten, te weten de gemeenten Assen, Aa
en Hunze, Noordenveld en Midden-Drenthe. In totaal bezoeken circa 3800
leerlingen de scholen. De scholen variëren van grote stedelijke scholen tot
kleine plattelandsscholen.
Alle geledingen, te weten personeel, directieleden, College van Bestuur
(CvB), Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, individuele
medezeggenschapsraden en de Raad van Toezicht zetten zich in om binnen de
school een prettige sfeer te creëren en ieder met zijn eigen karakter de
school bestaanszekerheid te geven via COG Drenthe Er is een bestuursbureau
waar het CvB is gehuisvest, ondersteund door stafmedewerkers en een
secretariaat.
Meer informatie via www.cogdrenthe.nl
Christelijke Onderwijsgroep Drenthe (COG Drenthe)
|
C |
Staat voor het Christelijk onderwijs
als basis van de
stichting |
|
O |
Staat voor kwalitatief goed Onderwijs |
|
G |
Staat voor Groep, de
stichting bestaat
uit verschillende scholen met een eigen karakter. |
Kenmerken van onderwijs
• COG Drenthe organiseert onderwijs vanuit een christelijke levensvisie.
• COG Drenthe wil met alle scholen aan ouders en verzorgers kwalitatief
hoogwaardig onder-wijs bieden ten behoeve van hun kinderen.
• COG Drenthe scholen richten het onderwijs zodanig in dat rekening wordt
gehouden met het multiculturele karakter van de samenleving.
• Op alle COG Drenthe scholen staan eigen kwaliteiten van de individuele
leerlingen centraal.
• Alle COG Drenthe scholen leveren een bijdrage aan een zo hoog mogelijk
ontwikkelingsni-veau van hun leerlingen.
• COG Drenthe scholen dragen zorg voor het verhogen van de onderwijskansen
van kinderen uit minder kansrijke situaties.
• Alle COG Drenthe scholen hebben een geïntegreerd ICT onderwijsleerpakket.
• Het concept Brede School wordt binnen de COG Drenthe scholen serieus
besproken om sa-menhang in diverse maatschappelijke ontwikkelingen te
brengen.
COG Drenthe heeft scholen met elk een eigen onderwijsconcept.
Raad van Toezicht en College van Bestuur
Met ingang van 1 januari 2009 is de vereniging COG Drenthe omgezet in een
stichting en is de topstructuur van COG Drenthe veranderd. Het bestuur
fungeert als Raad van Toezicht (RVT) en de Centrale Directie is vanaf die
datum het College van Bestuur.
Per 1 augustus 2009 bestaat de Raad van Toezicht van COG Drenthe uit 5
personen.
Voorzitter: Dhr D. de Waard
Secretaris: mw. H. Steenbergen
Leden: mw. C. Westerling, mw. R, v.d. Knaap,
Vanaf 1 januari 2009 wordt het College van Bestuur gevormd door:
Voorzitter: dhr. A. Velthuis
Lid: dhr. G.J. de Vos

Terug naar de
bladwijzers |
De
school:
Toen de wijk “Marsdijk”ontstond, werden er al snel plannen gemaakt om
scholen te stichten in de wijk. Eerst ontstond er een school voor openbaar
basisonderwijs en in augustus 1987 startte er een school voor christelijk
basisonderwijs. Dat christelijk onderwijs had in het begin geen gebouw tot
haar beschikking. Op 19 juni 1989 werd het schoolgebouw voor christelijk
basisonderwijs officieel geopend en kreeg het de naam: “De Borg”.
Enkele betekenissen die bij deze naam passen:
- Barg: overdekte, open bergplaats voor hooi. Passend bij de straatnamen in
de wijk. Dusselheugte, Baanderheugte, Wiemelheugte en Deelheugte
- Burcht: een sterk kasteel, toevluchtsoord, een veilige plaats, een plaats
die zekerheid biedt. Zoals een school een veilige plek voor de kinderen is,
ieder mag zich geborgen weten.
- Christus is onze borg, onze middelaar en beschermer
- Een vaste burcht is onze God
- Een borg is tevens een eend touw of ketting, dienende om het loswerken,
uitschieten of verliezen; alle kinderen/leerkrachten/ouders mogen een
wezenlijk deel van een geheel zijn.
- Borgen: acht geven op
In de loop der jaren is de school explosief gegroeid. Het hoofdgebouw werd
uitgebreid met noodlokalen op het plein en aan de overkant van de straat.
(”De Buitenborg).
Naar verwachting zal er in 2008/2009 begonnen worden met de aanpassingen van
het huidige hoofdgebouw. De school staat een nieuwe ‘facelift’ te wachten.
Terug naar de
bladwijzers |
In de wijk is “De Borg” één van de vier
basisscholen. De meeste kinderen komen uit de wijk zelf. Een klein
percentage komt vanuit andere delen van Assen. Vanwege het open karakter van
onze school passen we geen selectiecriteria toe op basis van geloof. Wel
vragen we van de ouders/verzorgers of ze instemmen met het christelijke
karakter van de school en mee willen werken aan de activiteiten van de
christelijke school.
Christelijk
onderwijs:
“De Borg” is een christelijke school, met een open karakter. We vieren de
christelijke feesten en kijken met respect naar de andere godsdiensten. Op
de school worden de verhalen uit de Bijbel verteld, gezongen en gebeden.
Deze verhalen gaan over de manier, waarop God met mensen omgaat en ook over
de manier waarop mensen – dus ook kinderen, ouders en leerkrachten van “De
Borg”- met elkaar om horen te gaan. De verhalen geven handvatten voor het
dagelijkse leven. Je kunt er iets mee doen. Juist in de huidige
maatschappij, waar mensen lijken voorbij te gaan aan elkaar.
Elk jaar vieren wij in de Opstandingskerk het kerstfeest en het paasfeest
met de kinderen. Tijdens deze diensten hebben de kinderen zelf een grote
inbreng. Ook worden er kerk-en schooldiensten georganiseerd waarbij de
organisatie in handen ligt van de school en de dienstdoende dominee.
Alle leerkrachten onderschrijven het uitgangspunt van de schoolstichting.
Van de kinderen wordt verwacht dat ze aan alle schoolse (dus ook de
godsdienstige) activiteiten meedoen.
Terug naar de
bladwijzers |
|
In eerste instantie was het in de
beginfase de bedoeling geweest om twee christelijke scholen te stichten in
de wijk. Door de wet “Toerusting en bereikbaarheid” bleek het stichten van
een tweede christelijke basisschool niet mogelijk. In al die jaren hebben
veel kinderen onze school bezocht. De groei is zo enorm geweest dat het
schoolgebouw te klein werd. Het gevolg is dat de school veel noodlokalen
heeft gekregen. Met inmiddels 530 leerlingen ( 1 oktober 2006) hebben we
meer ruimte nodig. Gelukkig is de gemeente van plan de komende tijd iets aan
deze problematiek te gaan doen.

Terug naar de
bladwijzers |
|
In het vorige hoofdstuk is al verteld dat
“De Borg” een christelijke basisschool is. Naast het christelijke karakter
heeft “De Borg” ook een eigen visie op onderwijskundige en pedagogische
aspecten. De school gaat hierbij uit van de denkbeelden die passen bij het
Daltononderwijs.
Terug naar de
bladwijzers |
|
De
aanhef doet vermoeden dat er een eensluidende omschrijving is van een
Daltonschool. Dat is echter niet zo. “De” Daltonschool bestaat niet. Elke
Daltonschool is uniek. Het Daltononderwijs is geen systeem, maar een manier
van leven.
Al vanaf de oprichting van de school is gestreefd naar verzelfstandiging van
het onderwijs.
De Borg is in het schooljaar 1994-1995 heel gericht begonnen met nascholing
op het gebied van het Daltononderwijs. In 1999 werd De Borg een officiële
Daltonschool. In 2005 werd het predicaat verlengd voor nog eens vijf jaar.
Ontstaan van het Daltononderwijs.
De Daltonwerkwijze is gebaseerd op de ideeën van Helen Parkhurst (1887 -
1973). Zij begon in 1904 te werken in een eenmansschooltje en kreeg daarbij
te maken met veertig leerlingen in één klas, verdeeld over acht leerjaren.
Haar opgave was, deze kinderen zo goed mogelijk les te geven.
Zij overlegde met de kinderen, wat hun eigen verantwoordelijkheid zou kunnen
zijn en welke de rol van hun leraar. Eén en ander werd vastgelegd in een
soort contract/afspraak/taak. De kinderen beloofden dat ze zouden werken aan
hun taak en die op tijd af zouden hebben. Helen Parkhurst beloofde dat zij
de kinderen hulp zou bieden als dat nodig was.
De aanpak leidde natuurlijk tot een zekere individualisering van het
onderwijs, terwijl de groepsgerichte aspecten niet uit het oog werden
verloren.
Nadat ze een tijdlang had samengewerkt met Maria Montessori, ging Helen
Parkhurst in 1919 werken aan een school in het plaatsje Dalton
(Massachusetts). Hier komt de naam dus vandaan!
In Dalton ging zij verder met het zoeken naar praktische oplossingen om de
effectiviteit van het onderwijs te verbeteren.
De opvattingen van Helen Parkhurst verspreidden zich vanuit Amerika naar
o.a. Europa en Japan. In 1952 bracht zij een bezoek aan Nederland en opende
in Rotterdam de ‘Helen Parkhurstschool’.
Helen Parkhurst schreef veel boeken en overleed in 1973. Door velen wordt
zij gerekend tot één van de bekendste opvoed- en onderwijsdeskundigen.
Terug naar de
bladwijzers
|
In
navolging van Helen Parkhurst gaan alle Daltonscholen,
dus ook “De Borg,”, uit van drie basisprincipes:
1. Verantwoordelijkheid
2. Zelfstandigheid
3. Samenwerking
Deze drie uitgangspunten van het Dalton-onderwijs hebben als doel leer- en
leefklimaat op elkaar af te stemmen. Ze geven geen strak voorschrift hoe een
school moet werken. Ze geven alleen richting en dat betekent dat elke school
er anders uitziet.
Iedere school werkt vanuit de drie principes op een manier die in die
situatie past. Dalton is een manier van omgaan met elkaar, het is een
dynamisch proces.
De drie hoofdkenmerken, vrijheid / verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en
samenwerking, vormen de uitgangspunten, die prikkelen om het onderwijs zo
vorm te geven, dat een kind zich daarbij prettig voelt. We willen het
onderwijs zo goed mogelijk afstemmen op de onderwijsbehoefte van het kind.
Het kind vaardigheden helpen te ontwikkelen die nodig zijn om goed te kunnen
functioneren in de maatschappij.
Vrijheid/Verantwoordelijkheid.
Wie zwart-wit redeneert en een zeer traditionele klassikale school voor ogen
heeft, zal wellicht zeggen dat vrijheid leidt tot ordeloosheid. Helen
Parkhurst legt er zelf de nadruk op dat dit niet aan de orde is. Vrijheid is
zeker geen onbeperkte vrijheid.
Vrijheid vormt een combinatie met verantwoordelijkheid voor gemaakte keuzen.
Welke keuzen zijn er dan?
Keuzes
van de leerling:
• Met welke taak zal ik beginnen?
• Hoeveel tijd zal ik er aan besteden?
• Doe ik dat alleen of met andere kinderen?
• Waar werk ik?
Voor het kind is het leren hanteren van vrijheid een proces dat langzaam
verloopt. De school zal in een geleidelijk tempo het kind vertrouwd moeten
maken met dat principe en daaraan inhoud moeten geven. De spelende kleuter
en de leerling uit groep 8 zullen, elk op hun manier, die vrijheid moeten
ervaren. De één met een heel klein (dag)taakje, de ander met een grotere
weektaak.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Het
beginsel van zelfstandigheid sluit aan bij het principe, dat kinderen zelf
best actief bezig willen zijn met het zoeken van oplossingen voor problemen.
Hun leerplezier verdwijnt als ze verplicht worden om een (te) groot gedeelte
van de dag te luisteren, terwijl ze daarna de leerstof moeten herkauwen die
de leerkracht al heeft uitgelegd. De leerkracht moet van tevoren bepalen of
instructie nodig is voor de hele groep, kleine groepjes of individueel. Dit
voorkomt overbodige en niet effectieve uitleg aan kinderen, die de leerstof
zelfstandig kunnen verwerken.
In de praktijk zien we op onze school dat een nieuw onderwerp vaak
gezamenlijk wordt aangepakt. Daarna wordt bekeken welke onderdelen in de
taak zelfstandig kunnen worden verwerkt.
Tijdens de taakuren kunnen de leerlingen zelf aan de slag. De taak moet dus
ruimte bieden voor eigen initiatief bij het oplossen van problemen.
Terug naar de
bladwijzers
|
Bij
dit basisprincipe van het Daltononderwijs worden af en toe de wenkbrauwen
gefronst. ‘Zeggen kinderen elkaar niet voor en kijken ze niet te veel af?’
is een veel gehoorde opmerking.
Helen Parkhurst legt het accent op samen-werken in plaats van op
samenwerken. Het principe heeft te maken met de ‘levensechtheid’ van het
onderwijs. Immers, in het dagelijkse leven wordt samenwerken als een
belangrijke werkvorm ervaren. Het zou vreemd zijn als de school daar bij
haar vorming geen rekening mee zou houden. Uit onderzoek is gebleken dat
kinderen veel van elkaar kunnen opsteken. Ze vullen elkaar aan en helpen
elkaar op basis van hun sterke en zwakke punten.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Als
kinderen zich veilig voelen op school weten we dat kinderen beter leren en
(goede) vorderingen kunnen maken. De Borg doet zijn best om een veilige
omgeving voor de leerlingen te zijn. We vinden niet acceptabel dat kinderen
gepest worden en we gaan dat zoveel mogelijk tegen. We zijn het schooljaar
2006-2007 begonnen met een aantal omgangsregels. We noemen dit
‘kapstokregels’. Aan de hand van deze regels streven we naar een veilige
school.
Het gaat om de volgende regels:
• Voor groot en klein zullen we aardig zijn ( agressie, pesten etc.
bestrijden we)
• De school is van binnen een wandelgebied, buiten hoeft dat lekker niet.
• We zullen goed voor de spullen zorgen, dan zijn ze weer te gebruiken
morgen.
Naast de bovenstaande regels biedt het Daltonconcept vele mogelijkheden om
sfeer en omgangsvormen te verbeteren, bijvoorbeeld:
• Mogelijkheden om op een open manier te communiceren. In de dialoog worden
meningen gehoord en gerespecteerd. Dat geldt voor volwassenen en kinderen.
• Mogelijkheden om het eigen kunnen (zelfstandigheid) te verhogen. Dat is
bevorderlijk voor het zelfvertrouwen en de motivatie.
• Mogelijkheden om verantwoordelijk te zijn voor eigen werkzaamheden. Keuzes
in vrijheid genomen.
• Mogelijkheden om van elkaar te leren en met elkaar samen te werken. Er
ontstaat respect voor verschil en geen tegenstelling.
• Daltononderwijs is niet een systeem, maar een manier van leven en omgaan
met elkaar.
Burgerschap en sociale integratie:
• Het team richt zich op het bevorderen van actief burgerschap
• Leerlingen hebben kennis van en maken kennis met verschillende
achtergronden van culturen
• De kinderen worden voorbereid op onze maatschappij, waarin zij te maken
hebben met veelzijdige opvattingen, meningen en gebruiken
• De leerlingen groeien op in een pluriforme samenleving
• De leerlingen leren hun mening uiten op basis van argumenten en leren dit
hanteren
In het schoolplan, dat op school ter inzage ligt, vindt u voor de hierboven
beschreven doelen een planmatig document.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Jaarlijks bekijken directie, team en
bestuur of er veranderingen doorgevoerd moeten worden ter verbetering van
het functioneren van onze school in al haar aspecten. Om alles
overzichtelijk te houden, hebben we hiervoor een vierjaren plan opgesteld,
het schoolplan. Per onderwerp hebben we beschreven wat we ieder afzonderlijk
jaar willen bereiken, wanneer we dat doen en wie er verantwoordelijk voor
is. Dit schoolplan ligt op school voor u ter inzage.
Door de jaarlijkse evaluatie blijven we betrokken bij onze verbeterpunten.
We leggen onze resultaten en afspraken vast en stellen eventuele
verbeterpunten bij. Indien nodig volgt het hele team of een aantal
leerkrachten scholing.
Zowel interne als externe kanalen leveren ons informatie voor nieuwe
verbeterpunten:
Interne kwaliteitscontrole:
Aan de hand van de visitatie commissie “Daltononderwijs” heeft de school een
aantal verbeterpunten opgesteld. Naast het genoemde rapport is de directie
op bezoek geweest in alle groepen. Ook dat is verwerkt in een
verbetertraject.
Ten slotte heeft de school gebruikt gemaakt van een tevredenheidpeiling. In
deze peiling konden ouders, leerlingen en leerkrachten aangeven welke
kwaliteitsimpulsen nodig zijn voor de school. Dit alles heeft geleid tot het
opstellen van een kwaliteitsdocument. Jaarlijks wordt dit document
geëvalueerd en bijgesteld. In de toekomst willen we werken met de zogenaamde
“Kwaliteitskaarten”.
Externe kwaliteitscontrole:
Ieder jaar bezoekt de inspecteur onze school voor een jaarlijks
onderzoek. Eens per vier jaar worden we bezocht voor een periodiek
kwaliteitsonderzoek. Uit deze bezoeken komen aanbevelingen naar voren die we
verwerken in onze verbeterpunten.
Wat is er het afgelopen schooljaar gebeurd op het gebied van
kwaliteitsbewaking?
Het eerder genoemde kwaliteitsdocument bevat een aantal onderwerpen, waaraan
inmiddels gewerkt wordt. In het kort volgt een opsomming van deze zaken:
• Invoering van de methode Trefwoord voor ons godsdienst onderwijs.
• We hebben de invoering van ons nieuwe kindgerichte rapport gevierd.
• In de onderbouw is een flinke investering gedaan door veel nieuw spel
materiaal te kopen. Zo is er bijvoorbeeld veel duplo, lego en knex
aangeschaft. Oude puzzels en leskisten zijn vervangen. De poppenhoeken zijn
voorzien van jongens en meisje poppen en bijpassende kleertjes.
• We hebben samen met een externe deskundige de doorgaande lijn en de kijk
op onze visie bestudeerd. Het komend schooljaar gaan we met een aantal
studiedagen een start maken met het verbeteren van een aantal punten.
• Invoering van het pestprotocol.
• De directie structuur is goed neergezet. Er zijn twee adjunct-directeuren
aangesteld.
• Er is een contract afgesloten met ASKA. Zij verzorgen de
tussenschoolse-opvang.
• Voor biologie hebben we de methode Leefwereld aangeschaft en ingevoerd.
• Het handelingsplan is verbeterd en heeft een nieuwe lay-out.
• Na een proefperiode is besloten te blijven werken met de stoplichten in de
klas.
• Voor muziek is de methode “moet je doen” aangeschaft.
• Er is een beslissing genomen over de crea-middag. Deze vervalt en wordt
een gewone lesmiddag. De creatieve vakken komen op woensdagochtend aan bod.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Binnen ons Daltononderwijs is de leerstof
afgestemd op het niveau van de leerlingen, zodat ze positieve leerervaringen
opdoen en waardering ontvangen voor wat ze kunnen en voor de behaalde
resultaten. We passen de hoeveelheid of de zwaarte van de taak aan.
Uitgangspunt is altijd de basisstof die door alle leerlingen beheerst moet
worden.
Alle kinderen leren verschillend en dus hanteren we op onze school meerdere
werkvormen. Zo is er altijd een leerstijl die aansluit bij de behoefte van
uw kind. Soms wordt er klassikale instructie gegeven, maar vaak wordt er
gebruik gemaakt van de zogenaamde instructietafel. De leerkracht kan hier
met een klein groepje kinderen aan zitten en alleen aan hen uitleg geven. De
andere leerlingen werken op dat moment zelfstandig aan hun taak.
Vanuit verschillende vakgebieden worden er ook opdrachten aangeboden die de
leerlingen, met hun verscheidenheid aan kwaliteiten en interesses,
gezamenlijk leren en oplossen en terugkoppelen aan de hele groep. Zo komt
het ook voor dat leerlingen uit bijvoorbeeld de midden -of bovenbouw
samenwerken met de kleuters. Afgelopen schooljaar hebben bijvoorbeeld de
leerlingen van de midden- en bovenbouw samen met de kleuters een enorme
lappendeken voor Sinterklaas gemaakt. Misschien hebt u dit wel gelezen in de
krant! En bij bijvoorbeeld de paasmaaltijd verzorgen de oudere leerlingen
een maaltijd voor alle groepen. Ze zorgen maken de tafels gezellig met
zelfgemaakte bloemen en placemats en zorgen tijdens de maaltijd voor de
jongere leerlingen. Ook bereiden leerlingen uit de groepen 7 en 8 poppenkast
voorstellingen voor, die opgevoerd worden in één van de kleutergroepen. Wij
proberen veel van deze momenten te organiseren.
Terug naar de
bladwijzers |
|
De
kleuters krijgen op onze school alle gelegenheid om zich op een natuurlijke
manier te ontwikkelen. Het lesmateriaal is modern en van een goede
kwaliteit; het is uitnodigend en het stimuleert hen om ermee te spelen. Al
spelende leren de kleuters een aantal vaardigheden die zij nodig hebben om
goed voorbereid te zijn op onder andere het lees- en rekenonderwijs, de
wereldoriëntatie, de creatieve vakken en het schrijfonderwijs. Meer dan de
helft van ons onderwijs wordt besteed aan de taalontwikkeling van kleuters.
Taal vormt de basis van het leesonderwijs, maar ook voor de ontwikkeling van
het rekenen is de taalontwikkeling van grote betekenis.
Het leesonderwijs begint in principe in groep 3. Zoals hierboven net
beschreven is, krijgen de kleuters wel de gelegenheid om leesoefeningen en
-spelletjes te doen. Ook in de lees/schrijfhoek van de kleuters wordt al
veel aandacht besteed aan het aanvankelijke leesonderwijs. Met regelmaat
worden er bij de bibliotheek nieuwe boeken gehaald, samen met de kinderen.
Hieruit wordt voorgelezen en de kinderen kunnen er ook zelf inkijken.
Met name de kleuters in groep 2 krijgen alle kans om spelenderwijs woorden
en letters te maken. Jongste kleuters die zelf om meer lees en
schrijfactiviteiten vragen, krijgen door de leerkracht passende spelletjes
aangeboden. Oudste kleuters die zelf om meer lees en schrijf activiteiten
vragen kunnen spelenderwijs instappen in het leesprogramma dat aan het begin
van groep 3 aangeboden wordt. Wanneer zij dan overgaan naar groep 3 kunnen
zij daar zelfstandiger verder werken.
Vooral de jongste kleuters leren wij wat een dag- en weekritme betekent. In
de klas hangen dagritme kaarten waarop de kinderen kunnen zien welke
activiteiten er die dag op het programma staan. Zij leren hun taken met
behulp van het planbord op een speelse manier te plannen, iets wat in de
hogere groepen de gewoonste zaak is.
Voor kleuters is het vaak nog erg moeilijk om even op iets te moeten
wachten. Om ze dit te leren werken wij met een stoplicht. Het geeft aan
wanneer de leerlingen elkaar of de leerkracht even niet mogen storen. Deze
stoplichten worden ook in de hogere groepen gebruikt. Naarmate de kinderen
ouder worden, wordt de frequentie van het gebruik uitgebreid.
De lessen zijn gekoppeld aan thema’s, zoals bijvoorbeeld de jaargetijden en
feesten. Wanneer blijkt dat een bepaald thema erg leeft onder de kinderen,
zullen wij dat aangrijpen om er een aantal weken over te gaan werken. Dit
zijn altijd thema’s die passen bij de belevingswereld van het jonge kind.
Terug naar de
bladwijzers
|
In
groep 3 gaan de leerlingen verder met het aangeboden programma vanuit de
kleutergroep. Leer-lingen die bij de kleutergroep al begonnen zijn met de
lees- en schrijfoefeningen werken in hun eigen tempo vrij zelfstandig verder
met de zogenaamde leespad oefeningen. De leerlingen die hier bij de
kleutergroep nog niet aan toe waren krijgen nu het leesweg programma
aangeboden.
Dit betekent dat ze meer instructie en begeleiding krijgen. Hierbij sluiten
we aan bij de onderwijsbe-hoefte van het kind. Kinderen kunnen indien nodig
altijd overstappen van het “leespad” naar de “leesweg” of andersom. In groep
3 komen er nog de vakken rekenen en verkennend wereldoriëntatie bij.
Rekenen bestaat voornamelijk uit instructielessen afgewisseld met werklessen
waarin de kinderen zelfstandig hun opdrachten kunnen uitvoeren.
Wereldoriëntatie wordt in groep 3 met de hele groep samen gedaan. Tijdens
het zelfstandig werken kunnen de kinderen met een rood kaartje aangeven dat
ze een vraag hebben. Vanaf groep 4 gaan leerlingen werken met dagtaken. Per
dag wordt nog wel aangegeven wat er gedaan moet worden , maar gaandeweg
leren ze steeds meer plannen en zelfstandig hun eigen programma afwerken. De
weektaak loopt van maandag tot en met vrijdag. In groep 5 wordt vanaf
januari overgestapt op de weektaak. In het begin nog met aanwijzingen wat
per dag gedaan moet worden, maar gaandeweg leren de kinderen zelf te plannen
en krijgen ze meer zelf de verantwoordelijkheid om te zorgen dat aan het
eind van de week de weektaak af is. In de weektaak kan zonodig
gedifferentieerd worden in de lesstof, om zo het onderwijspro-gramma op maat
aan te kunnen bieden.
Wereldoriëntatie wordt in groep 4 en 5 verder uitgebouwd. In de weektaak
wordt ook ruimte geboden voor keuzewerk.
In groep 3 en 4 worden de creatieve vakken wisselend in het weekrooster
opgenomen. Vanaf groep 5 wordt er elke woensdag van 11.00 tot 12.00
handvaardigheid gegeven. Een aantal keren per jaar gaan alle groepen aan
hetzelfde thema werken.
Terug naar de
bladwijzers
|
De
Daltonprincipes zelfstandigheid, vrijheid in gebondenheid en samenwerking
zijn, ook in de bo-venbouw goed zichtbaar. De kinderen werken met een
weektaak. In de weektaak staat wat het kind moet maken of doen voor
verschillende vakken. Er staan ook opdrachten in die samen met andere
kinderen uitgewerkt moeten worden.
De basistaak is voor ieder kind hetzelfde, voor kinderen met een eigen
programma wordt de week-taak aangepast. Dit kan betekenen dat er extra
opdrachten bijkomen, maar ook dat er opdrachten komen te vervallen. In de
groepen 6 en 7 wordt de weektaak op een taakbrief aangeleverd, de kinderen
kunnen m.b.v. die taakbrief plannen wat ze gaan doen en laten zien wat al af
is. Onderaan de taak is ruimte om te beschrijven hoe je aan de taak hebt
gewerkt die week, ook de leerkracht kan die ruimte gebruiken om een
opmerking te plaatsen over het werken aan de weektaak. In groep 8 hebben de
leerlingen een agenda waarin de weektaak wordt geschreven. Dit als
voorbereiding op het voortgezet onderwijs.
Tijdens het werken aan de taak mogen de kinderen de leerkracht of een
medeleerling om hulp vragen. Dit kan het kind laten zien d.m.v. een rood
kaartje. Staat dit kaartje op tafel, dan weet je dat het kind iets wil
vragen. Een ander kind uit de groep kan en mag ook proberen die vraag te
beantwoorden. Hierbij is het natuurlijk niet de bedoeling dat de kinderen
elkaar voorzeggen. Naast het rode kaartje maken de kinderen ook gebruik van
een zwart kaartje, dit betekent dat ze niet gestoord willen worden en dus
ook, op dat moment, een ander niet kunnen helpen.
Naast het werken aan de taak wordt er regelmatig klassikale instructie
gegeven om nieuwe leer-stof te introduceren of om een onderwerp voor de
zaakvakken met elkaar te bespreken.
Regelmatig wordt de klas in groepjes verdeeld zodat de leerlingen samen een
presentatie over een bepaald onderwerp voorbereiden. Samenwerking als
voorbereiding op deze presentatie is een be-langrijke vaardigheid die
hierbij centraal staat.
Terug naar de
bladwijzers |
Onze belangrijkste lesmethodes zijn:
• Taal : Taal Actief
• Spelling: Taal op maat
• Rekenen : Rekenrijk
• Lezen : Leeslijn
• Begrijpend lezen : Goed gelezen
• Schrijven : Schrijven in de basisschool
• Godsdienstige vorming : Trefwoord
• Aardrijkskunde : Geo bas
• Natuur : Leefwereld
• Geschiedenis : Bij de tijd
• Verkeer : Jeugd Verkeerskrant en Op Voeten en Fietsen
• Engels : Bubbles
Deze methoden hebben diverse toetsmomenten. Deze methode gebonden toetsen
geven, naast het dagelijks werk, een goed beeld van de resultaten van de
leerling. Zo kunnen we bekijken of de leerling de aangeboden leerstof
beheerst.
Naast methode gebonden toetsen gebruiken we onafhankelijke , landelijk
genormeerde (cito) toetsen. Deze toetsen worden 2 keer per jaar afgenomen.
Zie onderstaand schema.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
|
Groep 1 |
Groep 2 |
Groep 3 |
Groep 4 |
Groep 5 |
Groep 6 |
Groep 7 |
Groep 8 |
|
pravoo |
X |
X |
|
|
|
|
|
|
|
Cito ordenen |
* |
* |
|
|
|
|
|
|
|
Cito taal |
* |
* |
|
|
|
|
|
|
|
Cito DMT (technisch lezen) |
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Cito SVS (spelling) |
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Cito rekenen en wiskunde |
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Cito begrijpend lezen |
|
|
X |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Cito entreetoets |
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
Cito eindtoets |
|
|
|
|
|
|
|
X |
Terug naar de
bladwijzers |
- De school telt 24 leslokalen, een
handvaardigheidruimte, een gemeenschapsruimte met podium, twee
speellokalen, een personeelskamer, één directiekamer en een spreekkamer, een
ruimte voor remediëren, logopedie en interne begeleiding.
- Het speellokaal wordt gebruikt voor bewegingsonderwijs voor groep 1 en 2
en allerlei ex-pressie activiteiten.
- In het gebouw is een invalidentoilet aanwezig
- Het documentatiecentrum is goed toegankelijk voor alle kinderen
- De orthotheek (hulpmateriaal, documentatie voor extra zorg) staat in de
ruimte voor reme-dial teaching
- De computers staan voor een belangrijk deel in de lokalen
- De gemeenschapsruimte wordt gebruikt voor allerlei activiteiten. Tijdens
de taakuren wer-ken de kinderen hier aan (groeps-)opdrachten. We gebruiken
deze ruimte ook voor school-voorstellingen, vergaderingen en allerlei andere
bijeenkomsten
- De personeelskamer is bestemd voor leerkrachten. Hier kunnen de pauzes
doorgebracht worden.
- De directiekamer en de spreekkamer worden gebruikt als werkruimte, het
ontvangen van ouders, vertegenwoordigers enz.
Terug naar de
bladwijzers
|
Aansluiten bij de behoefte van het kind
houdt automatisch in dat niet alle leerlingen op dezelfde wijze dezelfde
leerstof krijgen aangeboden. Al naar gelang de eventuele achterstand of
voor-sprong van een leerling kan er een eigen programma gemaakt worden. Dit
kan een programma voor een bepaalde tijd zijn, maar in enkele gevallen ook
gedurende de periode tot het eind van de basis-school.
Logisch gevolg is dat onze leerlingen met diverse niveaus de school
verlaten. Zij zullen dan ook in het vervolgonderwijs op verschillende
niveaus instromen.

Om die instroom voor de kinderen makkelijker te maken, bezoeken zij twee
maal drie middagen CSG Vincent van Gogh (de school waar de meeste leerlingen
heen gaan na groep 8). Op VMBO ni-veau en op Havo niveau volgen de
leerlingen een aantal lessen. Dit project “Jouw school, mijn school”zal de
komende jaren een vervolg krijgen in afgeslankte vorm zodat ook andere
basisscholen mee kunnen draaien.
In groep 8 maken de leerlingen de Cito eindtoets. De uitslag wordt met de
ouders en de leerlingen besproken. Vervolgens geeft de school een advies
voor een vorm van vervolgonderwijs. De uitslag van de Cito eindtoets is niet
doorslaggevend, er wordt ook gekeken naar het leerlingvolgsysteem, de
interesse en inzet van de leerling.
In juni 2007 is de uitstroom als volgt geweest:
• 2 % lwoo (leerweg ondersteunend onderwijs)
• 2 % bbl ( basisberoepsgerichte leerweg)
• 21 % kblw (kaderberoepsgericht onderwijs)
• 17 % tlw (theoretische leerweg)
• 7 % tlw/havo
• 31 % havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs)
• 21 % vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs)
Wij vinden het belangrijk dat onze leerlingen in die vorm van voortgezet
onderwijs terecht komen waar zij het meest bij gebaat zijn. Het welbevinden
van de kinderen staat hierbij centraal.
Terug naar de
bladwijzers
|
Bij binnenkomst van een leerling
krijgen wij de eerste informatie via het inschrijfformulier en het
intakegesprek wat we met ouders voeren.
Vanaf het moment dat uw kind bij ons op school is, volgen wij de
ontwikkeling. We proberen het onderwijs zoveel mogelijk aan te passen aan de
onderwijsbehoefte van het kind. Dit binnen de mo-gelijkheden die we als
basisschool hebben.
In de groepen 1 en 2 hanteren wij het Pravoo-volgsysteem en worden er
aanvullend Cito-toetsen afgenomen. Vanaf groep 3 hanteren we 4
screeningsmomenten. Twee maal per jaar worden Cito-toetsen afgenomen en
daarnaast gebruiken we de toetsen van de verschillende methoden. In groep 7
gebruiken we de entree-toets van Cito om een indicatie te krijgen van de
leerprestaties van uw kind m.b.t. het vervolgonderwijs. In groep 8 wordt de
Cito-eindtoets afgenomen.
De Cito-toetsen zijn onafhankelijke, landelijk genormeerde toetsen.
De resultaten van deze toetsen worden naast de gegevens uit observaties,
dagelijks werk en toet-sen van de methoden gezet.
De gegevens van elke leerling worden in het leerling-dossier bewaard. Dit
dossier bestaat uit gege-vens verzamelt in de klas en uit gegevens van
toetsen in de computer.
Een schriftelijke rapportage vindt twee keer per jaar plaats.
Een schriftelijke rapportage vindt in de kleutergroepen één keer en in de
overige groepen twee keer per jaar plaats. De leerlingen in onze
instroomgroep ontvangen nog geen rapport, maar krijgen aan het eind van het
schooljaar het plakboek mee naar huis.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
Alle leerkrachten toetsen en observeren
regelmatig de vorderingen van de leerlingen. De uitkomst van de toetsen en
observaties worden in het leerlingendossier bijgehouden. Deze leerling
gegevens worden, minmaal twee keer per jaar, besproken met de intern
begeleider. Ouders worden altijd op de hoogte gesteld wanneer er sprake is
van zorgen over het welbevinden , functioneren of over de resultaten van uw
kind. U hebt recht op inzage en kunt bij twijfels van uw kant altijd
informeren bij de leer-kracht. Als blijkt dat een leerling uitvalt, stelt de
leerkracht een handelingsplan op waarin staat beschreven op welke wijze
extra hulp geboden wordt. Een leerling krijgt dan, soms tijdelijk, extra
individuele begeleiding van de leerkracht. Ouders worden hierover altijd
ingelicht en zetten een paraaf op het handelingsplan. Indien noodzakelijk
kan de RT-er verdere onderzoeken afnemen bij de leerling en de leerkracht
ondersteunen bij het opzetten van een specifiek handelingsplan. De
ondersteuning vindt zoveel mogelijk in de groep plaats. Soms blijft de zorg
bestaan en is er meer onderzoek nodig. De IB-er kan in overleg met de
leerkracht en de ouders de hulp van het zorgplatform inschakelen.
Terug naar de
bladwijzers
|
Op onze school zijn twee intern
begeleiders (IB-er) Mieke Harmanni en Josje Fokkens en drie remedial
teachers (RT-er) Cissy van Zwieten, Annemieke de Reus en Wea Koers, parttime
werkzaam.
Onze Interne Begeleiders coördineren binnen onze school de leerlingenzorg.
De IB-er voert minimaal twee keer per jaar overleg met de leerkrachten en
bespreekt met de remedial teachers de extra zorg. Ze houden contact met
externe begeleiders.
Zij kunnen o.a. de hulp inroepen van het zorgplatform (zie regionaal
niveau).
Wanneer er sprake is van zorg bespreekt de leerkracht dit met de IB-er. De
IB-er kan komen observeren in de groep. De leerkracht onderhoudt het contact
met ouders, maar er kan door de IB-er ook met de ouders gesproken worden.
De IB-er draagt tevens zorg voor het leerlingvolgsysteem (het systeem van
regelmatig toetsen van alle leerlingen op verschillende onderdelen) en het
onderhouden van de orthotheek.
De remedial teachers voeren onderzoek uit en helpen kinderen met een
specifieke onderwijsbehoefte. De IB-er of de RT-er helpt, daar waar nodig,
de leerkracht bij het opstellen en onderhouden van handelingsplannen.
Terug naar de
bladwijzers
|
Rond “De Boei”, de school voor speciaal
basisonderwijs in Assen, is een samenwerkingsverband van 20 scholen
geformeerd, waar onze school er één van is. Alle scholen van COG Drenthe
vormen samen dit samenwerkingsverband (Christelijk SWV Noord- en Midden
Drenthe) met daarin één school voor speciaal basisonderwijs; “de Boei”. Alle
basisscholen moeten zich inspannen om kinderen zo lang mogelijk in het
basisonderwijs te houden. Daarvoor ontwikkelen scholen een zorgtraject. Dit
zorgtraject is een systeem waarin leerlingen met problemen zo vroeg mogelijk
worden gesignaleerd, zodat problemen nader kunnen worden onderzocht om
vervolgens aangepakt te worden. (zie groepsniveau)
Binnen
het SWV functioneert een zorgplatform (ZPF) en een Permanente Commissie
Leerlingenzorg (PCL). Als school kunnen we het zorgplatform om advies
vragen. Er bestaat een mogelijkheid om School Video Interactie Begeleiding
(SVIB) aan te vragen. SVIB wordt gehanteerd om het on-derwijs zo goed
mogelijk af te stemmen op de leerlingen. Beelden zijn voor intern gebruik en
mogen niet zonder toestemming elders worden vertoond.
Een kind bij wie het vermoeden bestaat van een leerprobleem kan (met
instemming van de ouders) worden aangemeld bij het ZPF. Dit platform bekijkt
de aanmelding en kan besluiten tot het uitvoeren van onderzoeken om zicht te
krijgen op het leerprobleem. Het ZPF bestaat uit drie pedagogen, die
directeur van de Boei en een secretaresse. Het ZPF geeft adviezen aan de
basisschool over de manier waarop de leerkracht met het leerprobleem kan
omgaan.
Mocht, mede op basis van de onderzoeken, blijken dat een leerling beter op
zijn plek is in het speciaal basisonderwijs , dan wordt een verzoek voor
plaatsing bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) ingediend.
Hiervoor moeten ouders toestemming geven. Deze PCL beoordeeld of een
leerling kan worden toegelaten tot “de Boei” of een andere vorm van speciaal
onderwijs.
Alle afspraken en regelingen, die binnen ons samenwerkingsverband gelden,
zijn vastgesteld in een uitgebreid zorgplan, dat op school ter inzage ligt.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
Vanaf 1991 is door de overheid beleid
ontwikkeld om de groei van het speciaal onderwijs af te remmen. Dit plan is
bekend geworden onder de naam “Weer Samen Naar School” (WSNS). Basisscholen
dienen nauw samen te werken met het speciaal onderwijs met het streven om
meer kinderen in het basisonderwijs te houden. Daartoe zijn
samenwerkingsverbanden (SWV) geformeerd.
Terug naar de
bladwijzers
|
Per
1 augustus 2003 trad de wet LGF ( leerling gebonden financiering) in
werking.
Deze wet regelt dat ouders kunnen besluiten een kind met speciale
onderwijsbehoefte of een kind met een handicap op een reguliere basisschool
aan te melden. Om tot een zo goed mogelijk besluit over toelating te komen,
heeft het schoolbestuur een procedure ontwikkeld die recht doet aan alle
betrokkenen.
Als de directeur besluit tot toelating, wordt een handelingsplan opgesteld
waarin wordt voorzien in evaluatiemomenten. Het handelingsplan wordt door de
ouders en de school voor akkoord getekend. Pas dan is de leerling officieel
toegelaten. Deze afspraken gelden voor een jaar en worden ieder jaar opnieuw
vastgesteld. De ouders van de kinderen in wiens groep de leerling geplaatst
wordt, worden, indien gewenst, op de hoogte gebracht van het besluit van de
school.
In principe is een kind met een speciale onderwijsbehoefte of handicap zoals
bedoeld in de Wet op de Expertisecentra welkom op onze school. We zullen bij
de aanmelding van een leerling steeds per situatie bekijken of deze leerling
al
dan niet geplaatst kan worden. Dit hangt af van de volgende factoren:
• Kan de benodigde hulp worden geboden? Denk hierbij aan aangepaste
leerstof, maar ook aan de specifieke begeleiding. Moeten er (te) veel
handelingen op het gebied van verzor-ging plaatsvinden?
• De kennis en vaardigheden van de leerkrachten: kunnen de leerkrachten van
de groep het probleem hanteren?
• De organisatie van de school en klas: b.v. de groepsgrootte, de eventuele
combinatiegroepen, de rust en veiligheid binnen de groep en de school.
• Gebouwen: Is ons schoolgebouw hierop berekend of kan het hierop worden
aangepast?
• Medeleerlingen: b.v. het aantal zorgleerlingen per (combinatie) groep, het
aantal zorgleerlingen binnen de school, mogelijke verstoring van het
leerproces van andere leerlingen.
• Het aanbod en de kwaliteit van de ambulante (externe) begeleiding.
Na plaatsing van een leerling met een speciale onderwijsbehoefte of handicap
wordt op vooraf afgesproken tijdstippen geëvalueerd (minimaal halfjaarlijks)
door de school en ouders. De school behoudt zich het recht voor om, als
daarvoor in de evaluatie aanleiding is, de plaatsingsovereenkomst op te
zeggen.
Er zijn voorwaarden gesteld voor plaatsing. Deze voorwaarden kunt u vinden
in het protocol dat op school ter inzage ligt. Op basis van deze voorwaarden
kan een leerling worden geplaatst. Afspraken rond een plaatsing worden
vastgelegd in een contract. Maar het is ook mogelijk dat een leerling
tijdelijk of niet wordt geplaatst. Hiervan worden ouders schriftelijk op de
hoogte gesteld. Het besluit kan toegelicht worden tijdens een gesprek met de
ouders, gevoerd door de intern begeleider en de directeur. Bij niet plaatsen
worden ouders gewezen op de mogelijkheid advies in te winnen bij de
landelijke Commissie Toelating en Begeleiding. Daarnaast wordt gewezen op de
mogelijk-heid in beroep te gaan in het kader van de Algemene Wet op de
Bestuursrecht.
Soms wordt er gedurende de schoolloopbaan van een kind een leerling gebonden
financiering / rugzak aangevraagd. De ouders vragen dit in samenwerking met
school aan. Bij deze leerlingen is door externe deskundigen een diagnose
gesteld. In overleg wordt bekeken of plaatsing op een school voor speciaal
onderwijs aan de orde is of dat de leerling met de geboden extra zorg bij
ons op school blijft. Bij deze specifieke begeleiding is er een intensief
contact tussen ouders, school en externe betrokkenen en wordt er per jaar
een handelingsplan opgesteld.
Terug naar de
bladwijzers
|
Niet al onze leerlingen volgen het
reguliere onderwijsaanbod. Wanneer er sprake is van bijvoorbeeld dyslexie,
hoogbegaafdheid of een vertraagde ontwikkeling vinden er aanpassingen in het
leerstofaanbod plaats.
Leerlingen die boven de basis leerstof uitstijgen ontvangen extra of
verdiepingsstof, dan wel inzichtelijke (vraag)stukken. Met deze stof wordt
het geleerde verder uitgediept en toegepast. Naast extra of verdiepingsstof
wordt op bepaalde momenten keuzewerk aangeboden om de kinderen in de
gelegenheid te stellen opdrachten op allerlei gebieden uit te voeren waarbij
hun eigen interesses aangesproken worden. Denk hierbij aan het samenstellen
van boekverslagen, werkstukken etc.
Kinderen met dyslexie of ernstige leesproblemen krijgen naast extra
leesbegeleiding ook een aangepast leerstofaanbod. Hierbij valt te denken aan
het voorlezen van leerteksten of het geven van extra tijd.
Soms wordt er gekozen voor een verlengd leerjaar (doublure) of vindt er een
versnelling plaats (eerder overgaan naar een volgende groep).
Een bijsturing van het onderwijsaanbod aan leerlingen vindt altijd plaats in
overleg tussen ouders, leerkrachten en interne begeleider.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
Indien een leerling voortijdig onze
school verlaat, stellen wij een onderwijskundig rapport op. In dit rapport
geven we weer waar het kind zich in de leerstof bevindt. Tevens geven we
informatie over gedrag en prestaties. Dit rapport kan rechtstreeks worden
opgestuurd naar de nieuwe school of worden meegenomen door de ouders. Ouders
zijn vrij om het rapport in te zien.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
Waar ouders staat bedoelen wij ook
andere verzorgers. Op allerlei vlak is de inbreng van ouders welkom. We
verwachten een actieve houding van ouders waar het gaat om informatie
verkrijgen en geven over de leerlingen. Samen zijn we verantwoordelijk voor
het welbevinden van de leerling. Elkaar aanvullen, bevragen, informeren en
vertrouwen schenken vormen de basis hiervoor.
Terug naar de
bladwijzers
|
Voor velen van u zijn dit inmiddels min
of meer vertrouwde begrippen. Voor ouders, die voor de allereerste keer een
kind op de basisschool hebben, is wellicht een verklaring gewenst. Daarom
geven wij in het kort de doelstelling van beide raden.
De ouderraad
De ouderraad (hierna te noemen O.R.) bestaat uit vijftien ouders en twee
leerkrachten.
Hun taken zijn verdeeld over diverse commissies. Verder verrichten de leden
hand- en spandien-sten voor de school. Zij organiseren bijvoorbeeld mede de
sportdagen, de toneeluitvoering, de schoolreisjes, de kerstviering etc. De
doelstelling van de O.R. is het bevorderen van het contact tussen de ouders
en de school en het ondersteunen van diverse bijzondere activiteiten.
De medezeggenschapsraad
De medezeggenschapsraad (hierna te noemen M.R.) bestaat uit vier door de
ouders gekozen vertegenwoordigers en vier leerkrachten. Veranderingen op
beleidsgebied worden in dit orgaan besproken. De MR heeft zijn basis in de
Wet op de Medezeggen Schap. Hierin staan de bevoegdheden van de M.R.
omschreven, omdat zij een wettelijke basis heeft. De MR vergaderingen zijn
openbaar, tenzij anders is aangegeven. Naast een M.R. voor onze school is er
ook een G.M.R. (Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad). De raad bespreekt
alle gemeenschappelijke beleidszaken die betrekking hebben op al onze
scholen van de stichting. Te denken valt aan de uitwerking van de
regelgeving met betrekking tot sponsoring van het onderwijs.
Voorts moeten de raden samen met de ouders, de onderwijsgevenden en het
bestuur proberen te bereiken dat de kinderen zo goed mogelijk onderwijs
krijgen.
De raden vergaderen ongeveer tien keer per jaar. De vergaderingen zijn
openbaar, tenzij er anders is aangegeven.
Contact met MR of OR?
Als u vragen, op- of aanmerkingen heeft aarzel dan niet een van de leden aan
te spreken. Ook kunt u een mail sturen aan de
MR: MR@basisschooldeborg.nl of
de
OR:
ouderraad@basisschooldeborg.nl
of deponeert u uw brief in de witte MR/OR-vragenbus, die in de hal bij de
rode ingang hangt. De taakverdeling en de adressen van de leden staan
vermeld in de bijlagen.
Terug naar de
bladwijzers
|
De hulp van ouders voor het organiseren
van tal van activiteiten op onze school is onontbeerlijk. Elk jaar vragen
wij door middel van een opgavenformulier in de jaarkalender aan alle ouders
of zij op school aan activiteiten willen deelnemen. U kunt op het stencil
lezen bij welke activiteit wij hulp kunnen gebruiken en u kunt er één of
meer aanstrepen. Wij stellen uw hulp zeer op prijs; de verantwoordelijkheid
voor de voortgang van het onderwijsproces blijft in handen van de
leerkracht.
Het is voor ons en de kinderen erg fijn dat er veel ouders meehelpen op
school. De kinderen krijgen dan dikwijls meer aandacht en de leerkrachten
kunnen zich dan over andere onderwijskundige zaken buigen. Als u zich heeft
opgegeven, nemen wij pas contact met u op als de activiteit start. Zonder de
hulp van ouders zouden tal van activiteiten voor de kinderen niet kunnen
plaatsvinden. Voor u als ouder is het bovendien vaak leuk om te zien wat uw
kind(eren) op school doet en hoe het zich gedraagt.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
De ouderbijdrage is een
vrijwillige bijdrage. De ouderraad organiseert in samenwerking met het team
voor de leerlingen van onze school allerlei activiteiten, zoals het
schoolreisje, het sinterklaasfeest, kerst, afscheid groep 8, kleuterfeest,
sportdag etc. De kosten van deze activiteiten worden betaald uit de
ouderbijdrage.
De
hoogte van de vrijwillige ouderbijdrage wordt door de ouderraad elk jaar
opnieuw vastgesteld. In het schooljaar 2006/2007 was dit voor de groepen 1
t/m 7: € 32,50 en voor groep 8: € 22,50. De bijdrage voor het schoolkamp in
groep 8 wordt volledig betaald door de ouders van de groepen 8. U krijgt te
zijner tijd van de penningmeester te horen om welk bedrag dit gaat.
Voor kinderen die instromen geldt het volgende; Kinderen die tot en met
december instromen betalen het volledige bedrag, tussen 1 januari en 1 mei
wordt € 20,00 betaald en stroomt uw kind daarna in, dan hoeft u dit jaar
geen bijdrage te betalen. Er wordt geen verschil gemaakt in de bijdrage voor
een eerste, tweede, derde etc. kind.
Via het
Borgjournaal, dat maandelijks wordt uitgegeven, wordt u geïnformeerd over de
hoogte van het bedrag van het huidige schooljaar. U ontvangt geen
acceptgirokaart, maar een machtigingskaart. De penningmeester beheert de
inkomsten van de ouderbijdrage en hij legt verantwoording af tijdens de
jaarlijkse ouderavond ten aanzien van de besteding van de opbrengsten.
Terug naar de
bladwijzers |
|
|
De dagelijkse leiding van “De Borg”
ligt in handen van de directeur, Yco Huizinga. Hij is volledig ambulant, dat
betekent dat hij geen lesgevende taken heeft. Naast de directie bestaat het
managementteam nog uit twee adjunct-directeuren. Gea van Kempen werkt op
maandag, dinsdag en woensdag. Viola Woltjer werkt op woensdag, donderdag en
vrijdag. Ook zij zijn beide volledig am-bulant. De directie vergadert eens
per twee weken met de IB-ers. In het volgende hoofdstuk wordt in het kort
uitgelegd wat IB-ers doen.
De directie is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Daarnaast
is het belangrijk dat er beleid wordt ontwikkeld en dat de school aan de
wettelijke verplichtingen voldoet. De taken van de directie zijn erg breed.
Per bouw is één van de drie directieleden het aanspreekpunt. Dit is als
volgt verdeeld:
Onderbouw : Viola Woltjer
Middenbouw : Gea van Kempen
Bovenbouw : Yco Huizing
Terug naar de
bladwijzers
|
Op onze school beschikken we over twee
interne begeleiders, Mieke Harmanni en Josje Fokkens. Dat zijn leerkrachten
met speciale taken. Deze taken richten zich op de leerlingenzorg.
Een IB-er bespreekt leerlingen met de leerkracht. Observeert en onderzoekt
soms leerlingen, maar werkt in principe niet één op één met leerlingen. Een
IB-er geeft de leerkrachten handvatten om kinderen op een adequate manier op
te vangen in de groep. Een IB-er bespreekt naar aanleiding van het
leerlingvolgsysteem de vorderingen van de kinderen. De leerkracht stelt
eventuele hande-lingsplannen op en is verantwoordelijk voor de uitvoering.
Een IB-er onderhoudt contacten met externe deskundigen. Hij/zij is aanwezig
bij gesprekken over zorgleerlingen.
Een IB-er is betrokken bij het opzetten en verbeteren van procedures op het
gebied van leerlingenzorg. Daarnaast is hij / zij betrokken bij
verwijzingen, rugzak aanvragen en begeleiden, doublures, bijhouden
leerlingvolgsysteem.
Terug naar de
bladwijzers
|
Op de Borg hebben we een aantal
leerkrachten, die zich bezig houden met specifieke ondersteuning.
Deze ondersteuning kan bestaan uit het nogmaals oefenen van bepaalde
leerstof met het kind. Het ondersteunen van de leerkracht bij het gericht
onderzoek doen naar bepaalde knelpunten. Anders dan de IB-ers werken
remedial teachers wel in een één op één situatie met kinderen.
Op de Borg worden de remedial teachers vooral ingezet bij de ondersteuning
van kinderen met een leerling gebonden financiering /rugzak of leerlingen
met een belemmering op leergebied (b.v dyslexie). Daarnaast verrichten ze
onderzoek en helpen bij het opzetten van handelingsplannen.
Terug naar de
bladwijzers
|
De belangrijkste personen, als het gaat
om het lesgeven, zijn op onze school de leerkrachten. Zij hebben een
spilfunctie met de dagelijkse verantwoordelijkheid voor het lesgeven aan en
het welbevinden van de kinderen. Het is de taak van de leerkracht om de
lessen zo goed mogelijk voor te bereiden en in de groep uit te voeren.
Leerkrachten hebben een beeld of moeten dat vormen van alle kinderen uit hun
groep. Zij moeten kunnen aangeven of kinderen zich goed voelen in de groep
of dat er misschien extra aandacht nodig is. Als er iets is in de groep met
uw kind, spreek dan in eerste instantie de leerkracht aan.
Naast de normale lessen zijn de leerkrachten na schooltijd betrokken bij
vele andere activiteiten, die met school te maken hebben. U kunt hierbij
denken aan: boekenweek, bibliotheek, sportdagen, werkgroepen, beleidsgroepen
etc.
Het onderwijs is de laatste 15 jaar in ‘sneltreinvaart’ veranderd. Had je
vroeger gedurende de week, maar één leerkracht, tegenwoordig is het heel
normaal dat er twee leerkrachten in een week voor de groep staan. Het aantal
vrouwen in het onderwijs is enorm toegenomen en het aantal mannen is
daarentegen drastisch afgenomen.
Op de website kunt u de namen van de leerkrachten lezen. Ook staat er van
iedere leerkracht een foto op de website.
Terug naar de
bladwijzers
|
De ICT-er op onze school is Henny
Colenbrander. Zij tracht op het gebied van computers alles ‘soepeltjes’ te
laten verlopen. Op school is een ICT-plan aanwezig. In het plan staat
beschreven hoe we de computer in de groep gebruiken en wat onze
beleidsvoornemens zijn de komende periode.
In 2007
is ons netwerk overgegaan naar Windows-XP. Een hele onderneming met
grote gevolgen. De ondersteuning voor het netwerk krijgen we van de firma
Heutink. Het heet: “Deklasnu.” In elke klas staan computers. In de
kleutergroepen worden aangepaste toetsenborden (Clevy-toetsenbord) gebruikt
met daarop de schrijfletters van onze lees/schrijf methode. In alle groepen
worden de computers met regelmaat ingezet bij de lessen. Daarnaast
beschikken ook enkele groepen over een digitaal schoolbord. Dit schooljaar
worden er nog meer digitale schoolborden worden geplaatst.
Terug naar de
bladwijzers
|
Administratie
Wilma Maring verzorgt voor ons de administratie van de school. Haar taak is
erg breed. Het ver-zorgen van nota’s, inschrijvingen, het borgjournaal,
leerlingenlijsten, briefjes enz. enz.
Conciërges
Gerard van der Veen en Harm Bos zijn onze conciërges. Op een school als de
Borg zijn heel wat klusjes te doen. Koffie zetten, repareren, website
bijhouden enz. enz. , te veel om op te noemen.
Onderwijsassistent
Ter ondersteuning van de leerkracht helpt Annagré Oosterveld in de groepen 1
tot en met 5. Haar taken zijn heel divers. Bijvoorbeeld even buiten spelen
met de kleuters zodat de groepsleerkracht met een klein groepje kinderen een
activiteit kan doen. Ook helpt ze kinderen in de hogere groepen bij het
uitvoeren van hun taak.
Terug naar de
bladwijzers
|
Elk jaar bieden wij stagiaires de
mogelijkheid om bij onze school ervaring op te doen in het lesgeven. Zij
zijn inzetbaar in alle groepen. Onder toezicht en verantwoordelijkheid van
de groepsleerkracht (mentor) voeren zij praktijkopdrachten uit. Stagiaires
komen vaak van de PABO, maar soms ook van bijvoorbeeld een MBO-SPW
opleiding. Daarnaast komen er ook wel eens leerlingen van het voortgezet
onderwijs een weekje meedraaien. Dit zijn de zogenaamde “snuffelstages”.
Naast de kortdurende stages van studenten zijn er ook langere stages. Deze
Leraar In Opleiding (Lio’er) neemt enkele maanden een groep over. Het zijn
vierdejaars studenten, die de ‘baan’ pas krijgen als zij door de
sollicitatiecommissie van de Borg gescreend zijn. Het Rijk betaalt de
student een kleine vergoeding. De ouders van de leerlingen van de
desbetreffende groep worden middels een aparte brief op de hoogte gesteld.
De groepsleerkracht houdt de eindverantwoordelijkheid, maar de Lio’er dient
deze periode geheel zelfstandig de groep te leiden. Ook de oudergesprekken
verlopen via de Lio’er.
Terug naar de
bladwijzers
|
|
|
Wanneer u uw kinderen voor onze school
wilt aanmelden, kunt u (met de directeur) een afspraak maken voor een
oriënterend gesprek. Tijdens dit gesprek kunt u gericht vragen stellen over
de school. U krijgt bovendien een rondleiding, zodat u zich een goed beeld
kunt vormen van de sfeer op school en de inrichting van ons gebouw. Onze
school is een christelijke school, wij gaan ervan uit dat u respect heeft
voor onze identiteit.
Wanneer
u besluit uw kind bij ons in te schrijven volgt er een tweede gesprek waarin
er wat dieper ingegaan wordt op de ontwikkeling van uw kind. Wij proberen op
deze manier een zo volledig mogelijk beeld van uw kind en zijn/haar
onderwijsbehoefte te krijgen. Na dit gesprek wordt uw kind in een groep
geplaatst.
Voordat een kind 4 jaar wordt mag hij/zij een dagdeel op school komen om
alvast een beetje te wennen. De betreffende groepsleerkracht neemt
telefonisch met u contact op om een datum af te spreken. Uw kind ontvangt
van ons een welkomstkaartje en het prentenboek: “Voor het eerst naar de
basisschool”.
Wanneer de leerling al eerder een basisschool bezocht heeft, vragen wij het
onderwijskundig rap-port op. Deze wordt verstrekt door de vorige
basisschool. Aan de hand hiervan krijgen wij een beeld van de ontwikkeling
en onderwijsbehoeften van uw kind. Ook in dit geval houden we graag een
intakegesprek.
Wanneer blijkt dat een leerling zorg nodig heeft die wij niet voldoende
kunnen bieden, dan is het mogelijk dat wij het niet plaatsen, maar u
adviseren te kijken of er een andere school is die deze zorg wel kan bieden.
Meer informatie hierover kunt u vinden in hoofdstuk 4.

Terug naar de
bladwijzers |
Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag
Ochtend:
8.20 – 8.30 uur inloop
8.30 – 11.45 uur lessen
11.45 uur einde lessen
Elke groep heeft rond 10.15 uur een kwartier pauze
Middag:
12.50 – 13.00 uur inloop
13.00 – 15.15 uur lessen
15.15 uur einde lessen
Op vrijdagmiddag krijgen de groepen 1 tot en met 4 geen les. Zij zijn de
middag vrij.
Woensdag
8.20 – 8.30 uur inloop
8.30 – 12.15 uur lessen
12.15 uur einde lessen
Zoals u ziet laten we de kinderen 5 dagen per week naar school gaan, met
uitzondering van de in-stroomgroep. Deze groep start meestal pas in de
tweede helft van het schooljaar. Het lukt dan niet altijd om een fulltime
leerkracht te bekostigen. Ouders die in deze groep kinderen hebben worden
hiervan op de hoogte gesteld.
In de ouderkalender kunt u zien wanneer er vakanties en studiedagen gepland
zijn.
We blijven met de ingevulde onderwijstijd ruimschoots boven het wettelijke
minimum. Er is zelfs nog tijd in te roosteren, die de school zou kunnen
gebruiken als zogenaamde ‘marge-uren’.
Het is verplicht om de oudergeleding van de MR instemming te laten verlenen
rondom de schooltij-den van onze school.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Het rooster van de
vakanties, zoals dat is vastgesteld door de MR, ziet er als volgt uit:
Herfstvakantie:
19/10/09 – 23/10/09
Kerstvakantie : 21/12/09 – 01/01/10
Voorjaarsvakantie : 22/02/10 – 26/02/10
Pasen : 02/04/10 – 05/04/10
Meivakantie : 30/04/10 - 07/05/10
Hemelvaart : 13/05/10—14/05/10
Pinksteren : 24/05/10
Zomervakantie : 12/07/10—20/08/10
Door het bovenstaande schema te hanteren blijven er voor de diverse groepen
nog uren over.
Deze zogenaamde ‘marge-uren’ kan de school gebruiken voor studie dagen of
vergaderingen.
De groepen 1 t/m 4 moeten jaarlijks 880 uren les krijgen. Het
vakantierooster zorgt voor
933,25 uren lestijd. De school mag in dit geval nog 53,25 uren naar keuze
inzetten voor
bijvoorbeeld studiedagen.
De groepen 5 t/m 8 moeten jaarlijks 1000 uren les krijgen. Het
vakantierooster zorgt voor
1021 uren lestijd. De school mag voor deze groepen nog 21 uren naar keuze
inzetten voor
bijvoorbeeld studiedagen
Terug naar de
bladwijzers |
CDS De Borg heeft ervoor gekozen het
overblijven te laten verzorgen door de Algemene Stichting Kinderopvang Assen
(ASKA).
Het doel van de overblijf is om te eten en te spelen in een gezellige,
ontspannen sfeer, waar zorg en veiligheid gewaarborgd is.
De kinderen uit de kleutergroepen worden door de overblijfleiding opgehaald
en teruggebracht naar de klas. De andere kinderen komen en gaan zelfstandig.
Bijzondere voorvallen worden tussen de leerkracht en de overblijfleiding
uitgewisseld.
De kinderen zoeken een plekje in het lokaal. Dan wordt gekeken of iedereen
aanwezig is. Na een gebed mag het kind gaan eten en drinken. Na 12.10 uur
mogen de kinderen zowel binnen als buiten spelen. De overblijf beschikt over
eigen spelmateriaal.
De begeleiding en het toezicht op de leerlingen wordt uitgeoefend door
geschoolde overblijfleidsters. Een leidster per 15 kinderen, onder
eindverantwoordelijkheid van de school. De ASKA zet naast de vrijwilligers
een professionele leidster in met de capaciteiten een overblijfteam van
vrijwilligers aan te sturen en bijkomende taken te coördineren.
In principe dient er altijd tenminste 1 persoon van het bevoegd gezag
aanwezig (in de directe na-bijheid) te zijn in verband met die
eindverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid (verzekering).
Aanmelding, kosten en knipkaart
- Aanmelding dient te gebeuren d.m.v. een ingevuld aanmeldingsformulier op
te sturen naar de ASKA, Postbus 619, 0400 AP Assen, t.a.v. overblijven. U
vindt dit formulier op de website van onze school
www.basisschooldeborg.nl, onder het kopje “overblijven”.
-De kosten voor het overblijven bedragen € 2,00 per kind per keer. Om
gebruik te maken van de overblijf koopt u een strippenkaart. Na overmaking
van het verschuldigde bedrag op rekeningnummer 608133949 t.n.v Aska
overblijf CDS De Borg + naam van het kind.
Er zijn knipkaarten van 10x, 20x of 40x voor rep. € 25,00, €
50,00, of €
100,00. Vervolgens blijft de knipkaart bij de over-blijf todat het vol is.
Voordat de kaart vol is, krijgt uw kind een briefje mee en kunt u opnieuw
een knipkaart kopen. NB: Kinderen zonder knipkaart, worden niet toegelaten.
Voor afmelden of incidenteel afnemen:
Bereikbaar zijn is om verschillende redenen belangrijk: om ouders de
gelegenheid te geven hun kind telefonisch aan- of af te melden, dan wel
andere informatie te kunnen geven of vragen. Een speciale overblijftelefoon,
in beheer van de overblijfleiding is het meest efficiënt. Ook kun je
in geval van calamiteiten daarmee altijd iemand bereiken of bereikt worden.
Overblijftelefoon: Tel. 06-15823691
Het volledige beleidsplan overblijf kunt u aanvragen op het centraal kantoor
of via info@aska.nl
Terug naar de
bladwijzers |
Als uw kind ziek is of om andere
redenen de school niet kan bezoeken, dan horen we dit graag voor aanvang van
de lessen. Als een kind binnen een halfuur na aanvang van de lessen, zonder
dat hiervan melding is gemaakt, niet op school aanwezig is, nemen we contact
met u op. We maken ons dan on-gerust over het wegblijven van uw kind.
Dagelijks wordt de aan-afwezigheid van uw kind geregi-streerd. Bij geregeld
terugkerende absentie, al of niet doorgegeven, wordt contact met de ouders
opgenomen. We proberen de oorzaak van het verzuim in beeld te krijgen en
willen zoeken naar een oplossing hiervoor om over een voorkomen van dit
verzuim te spreken.
Als een leerling meer dan drie achtereenvolgende lesdagen verzuimt, moeten
we dit doorgeven aan de leerplichtambtenaar van onze gemeent. Ook kan de
leerplichtambtenaar worden ingeschakeld als we het verzuim van uw kind
zorgwekkend vinden.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Bij ziekte van een leerkracht wordt er
een beroep gedaan op een invalkracht. Als er geen inval-kracht beschikbaar
is, verdelen we de kinderen over andere groepen. Lukt het na een dag nog
niet om een invalkracht te vinden, dan wordt er een schriftelijk verzoek aan
de ouders gericht met de vraag de kinderen thuis te houden.
Terug naar de
bladwijzers |
In
de leerplichtwet staat dat ouders er voor moeten zorgen dat hun kinderen
naar school gaan. Zomaar wegblijven mag niet. De gemeente heeft de taak dat
te contoleren. Er zijn gebeurtenissen waarvoor u extra verlof kan aanvragen.
Denk hierbij aan verhuizing, huwelijk, overlijden etc. Hier-voor dient u een
verlofbrief in te vullen en af te geven aan de ,leerkracht. De directeur
beslist of het verlof geoorloofd wordt.
Het is niet mogelijk om extra verlof aan te vragen om op vakantie te gaan.
Een uitzondering vormt de situatie waarbij extra vakantieverlof verleend
wordt op grond van de specifieke aard van het beroep van een van de ouders.
De volledige regelgeving van de leerplichtwet ligt op school ter inzage.
Als u zonder toestemming uw kind thuishoudt of zonder bericht eerder op
vakantie gaat, zijn wij verplicht dit te melden aan de leerplichtambtenaar.
Het gevolg kan zijn dat er een proces verbaal tegen u opgemaakt wordt op
grond waarvan de rechtbank u een boete kan opleggen. Een folder over de
leerplichtwet kunt u ophalen bij de directeur.
Terug naar de
bladwijzers |
Schorsing en verwijdering zijn zeer
ingrijpende maatregelen om ernstig wangedrag bij te sturen en vindt daarom
bij uitzondering plaats. Wij gaan hier uiterst zorgvuldig mee om.
Vanzelfsprekend zullen wij u bij ongewenst gedrag zo spoedig mogelijk
informeren en in goed overleg met u trachten het gedrag te verbeteren. Het
inschakelen van professionele hulp kan een onderdeel zijn van ons advies.
• Schorsing
Een leerling kan voor ten hoogste vijf aaneengesloten schooldagen door de
directeur worden geschorst. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk en
met opgave van redenen meege-deeld. Onder schorsing wordt verstaan dat de
toegang tot de school tijdelijk is ontzegd. Dit betekent dat de leerling
tijdelijk geen lessen mag volgen. Voordat een leerling op school
te-rugkeert, worden vooraf afspraken gemaakt om nieuwe problemen te
voorkomen. Deze af-spraken worden schriftelijk vastgelegd.
• Verwijdering
Definitieve verwijdering van een leerling gebeurt uitsluitend door het
bestuur na overleg met de directie. De ouders worden daarvan schriftelijk
met opgave van redenen op de hoog-te gebracht. Het bestuur stelt de ouders
in de gelegenheid om gehoord te worden.
Zowel afdeling Leerplicht als de inspectie van het onderwijs worden in
kennis gesteld van de voorgenomen verwijdering. De directie en het bestuur
spannen zich in om een nieuwe school voor de leerling te vinden. Voor de
volledigheid merken wij op dat niet slechts het gedrag van de leerling zelf,
maar ook het gedrag van de ouder(s) reden kan zijn een leerling van school
te verwijderen.
Terug naar de
bladwijzers |
|
|
Van het werk van de kinderen worden
door de leerkracht bijna dagelijks aantekeningen gemaakt.
De leerlin¬gen van groep 3 tot en met 8 ontvan¬gen twee keer per jaar een
rapport. De leerlingen van de groepen 1 en 2 ontvangen één keer per jaar een
rapport. Daarnaast krijgen zij een plakboek. Dit plakboek zien wij als een
portfolio, een boek waar het kind zelf trots op is. Wanneer het een mooi
werkstukje of een tekening heeft gemaakt, mag dit in het boek worden
geplakt.
Informatievoorziening aan gescheiden ouders
Beide ouders hebben het recht informatie over hun kind te krijgen. Ook
gescheiden ouders hebben dat recht, tenzij de rechter anders heeft besloten.
De school zal echter nooit partij kiezen in con-flicten tussen ouders. De
ouder aan wie de directe zorg is toevertrouwd, is voor de school de
eerstverantwoordelijke en daardoor het aanspreekpunt. In de praktijk
betekent dit dat we alle info en uitnodigingen via de verzorgende ouder
laten lopen en dat we ervan uitgaan dat de ouders in onderling overleg
bepalen wat ze met de informatie doen. De eerstverantwoordelijke ouder dient
altijd bij de school bekend te zijn. Bij twijfel neemt de school het
initiatief om duidelijkheid te krijgen.
Terug naar de
bladwijzers |
Als
de rapporten uitkomen worden er tien minuten gesprekken georganiseerd.
Middels een brief wordt u hier twee keer per jaar voor uitgenodigd.
Eén keer per maand is er na schooltijd een spreekuur. Het spreekuur is een
extra gelegenheid om het welbevinden en de vorderingen van uw kind te
bespreken. De data staan op de jaarkalender vermeld en u kunt een week van
te voren intekenen. U kunt ook uitgenodigd worden door de leer-kracht. Het
spreekuur is bedoeld om de communicatie tussen ouders en leerkrachten te
bevorde-ren. U bent altijd welkom wanneer u benieuwd bent naar het
functioneren van uw kind in de groep of inzage wilt in zijn/ haar
toetsresultaten.
Voor belangrijke zaken hoeft u niet te wachten op het spreekuur. U kunt met
de leerkracht een afspraak maken.
In groep 8 vinden daarnaast ook gesprekken plaats voor de plaatsing in het
voortgezet onderwijs.
Terug naar de
bladwijzers |
Aan het begin van elk schooljaar houden
de leerkrachten van alle groepen een klassikale informatieavond die ook in
de jaarkalender staat aangegeven. Op deze avond krijgt u de gelegenheid om
van de leerkracht(en) van uw kind(eren) te horen hoe er gewerkt wordt in de
klas en waar u als ouder van op de hoogte moet zijn. Ook kunt u op deze
avond vragen stellen over onze manier van lesgeven. Deze avonden zijn niet
bedoeld voor specifieke informatie over de vorderingen van uw kind; (Het is
niet de bedoeling dat u specifiek informeert naar de vorderingen van uw
kind(eren)); daarvoor zijn de rapportavonden en spreekuren bedoeld.
Soms worden er in de loop van het schooljaar algemene informatieavonden
georganiseerd. Deze avonden staan in het teken van informatievoorziening
over een verandering of onderwerp wat de hele school aangaat. U wordt
schriftelijk op de hoogte gesteld indien er een extra ouder/informatieavond
gehouden wordt.
Terug naar de
bladwijzers |
|
In twee gevallen kan er een
onderwijskundig rapport opgesteld worden dat bedoeld is voor derden.
Allereerst gebeurt dit bij de verwijzing naar een speciale basisschool en
ten tweede bij het verla-ten van de school (i.v.m. verhuizing of andere
schoolkeuze).

Terug naar de
bladwijzers |
|
|
De kinderen mogen fruit of koek en iets
te drinken meenemen voor in de pauze. De drinkbekers voor de kinderen moeten
goed afsluitbaar zijn en niet te vol. Wij stellen het op prijs wanneer de
kinderen alleen fruit of koek en geen chips, chocoladerepen of ander
snoepgoed meenemen.
Als uw kind jarig is mag het natuurlijk trakteren op iets lekkers. Wij geven
de voorkeur aan een gezonde traktatie, maar verplichten u daar niet toe.
Jarige kinderen mogen met twee andere klasgenootjes langs de juffen en
meesters om een felicitatie en een plaatje te halen. Vanwege de grootte van
de school trakteren de kleuters alleen de groepen 1 en 2. De kinderen in de
groepen 3, 4 en 5 trakteren de leerkrachten van middenbouw en de kinderen
van de groepen 6, 7 en 8 trakte-ren de leerkrachten van de bovenbouw.
Om teleurgestelde gezichten te voorkomen willen we u vragen de
uitnodigingskaarten voor het verjaardagsfeestje van uw kind buiten de school
uit te delen.
Wanneer uw kind allergisch is voor bepaalde stoffen, horen wij dat graag.
Wij kunnen hier dan rekening mee houden wanneer er getrakteerd wordt. U kunt
dit doorgeven aan de leerkracht van uw kind.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Gevonden voorwerpen bewaren wij voor u
en de kinderen. Bij de hoofdentree worden kleine dinge-tjes in een bakje
bewaard dat op de bar bij de keuken staat. De grotere voorwerpen die
gevonden worden stoppen wij in de wasmand naast de kapstokken bij de
hoofdingang.
Terug naar de
bladwijzers |
Deze lessen vinden plaats in de
sporthal. Voor bepaalde uren is een vakleerkracht aangesteld. De scholen in
Assen volgen geen zwemonderwijs.
Vanuit hygiënisch oogpunt zijn bij de lessen gymnastiek gymschoenen
verplicht. Zorgt u voor stevi-ge schoenen waarmee de kinderen niet
uitglijden. De schoenen mogen geen zwarte zool hebben. De school is niet
aansprakelijk voor verlies van sieraden en horloge, laat u deze daarom
liever thuis.
Eindigt een gymles aan het eind van de morgen of middag dan hoeven de
kinderen niet eerst naar
school terug te lopen, maar dan mogen ze direct naar huis gaan.
De kleuters gymmen in één van de speellokalen op school. Dit kan gewoon in
de onderkleding. Geeft u uw kind wel een tasje mee met gymschoenen? Deze
kunnen op school blijven.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Op maandagmorgen mogen de kinderen een
klein bedrag meene¬men voor de klassenpot, bijvoor¬beeld € 0,10 of € 0,20.
Dit geld ge¬bruiken wij om bijvoorbeeld een ziek kind een kaart te sturen,
iets te geven bij het afscheid van een leerling, een cadeautje bij geboorte
van een baby of om iets extra's te kopen bij projecten.
Terug naar de
bladwijzers |
Regelmatig komt de logopediste op onze
school. Alle kinderen van groep 2 worden eenmalig ge-screend op hun
spraakvermogen. Daarnaast bekijkt zij de algemene taalontwikkeling van deze
kleu-ters. Ook onderzoekt zij de nieuwe leerlingen en de kinderen die al op
de controlelijst staan. De leerlingen van de andere groepen onderzoekt zij
op verzoek van ons en/of de ouders.
De logopediste let op de uitspraak van de kinderen, hun taalgebruik, het
gebruik van de stem, de ademhaling, het gehoor en hun mondgedrag. Zij
rapporteert haar bevindingen aan ons en zij brengt u op de hoogte van het
onderzoek als dat nodig is. Soms geeft zij een aantal spraakoefeningen aan u
mee die u thuis met uw kind kunt doen. Wanneer daar een goede reden voor is,
verwijst zij u naar een logopediste die uw kind uitgebreide hulp kan geven
bij de taal- en spraakontwikkeling. In dit geval zijn de kosten voor uw
ziektekostenverzekering.
Wij berichten u niet van tevoren wanneer de logopediste komt. Wanneer daar
aanleiding voor is, krijgt u een uitnodiging van ons om de bevindingen van
de logopediste met haar door te spreken.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Op de basisschool valt uw kind onder de
zorg van de sector Jeugdgezondheidszorg van de GGD Drenthe. De
JGZ-medewerkers hebben tijdens de basisschoolperiode een aantal malen
contact met uw kind en u als ouder of verzorger. Het standaardprogramma
bestaat uit een onderzoek in groep 2 en in groep 7. Middels een brief wordt
u uitgenodigd voor een bezoek aan de schoolarts.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Elk jaar komt de schoolfotograaf om de
kinderen individueel en in klassenverband te fotograferen. Ook worden
broertjes en zusjes die uit het zelfde gezin met elkaar op de foto gezet.
Dit gaat al-leen om al schoolgaande kinderen. U krijgt vooraf informatie
over de datum waarop de fotograaf komt. U bent niet verplicht deze foto’s af
te nemen.
Terug naar de
bladwijzers |
Jaarlijks sluit het schoolbestuur een
collectieve schoolverzekering af voor alle kinderen. Uw kind is dan
verzekerd bij ongevallen, die plaats vinden tijdens de schooluren, op weg
van en naar school en tijdens excursies en schoolreizen.
Voor tandheelkundige zaken zijn de kinderen niet door ons verzekerd.
Raadpleeg eerst uw eigen ziektekostenpolis of uw verzekeraar.
De school verwacht dat alle ouders een WA-verzekering hebben voor hun
kinderen, in het geval dat zij schade aanbrengen aan andermans eigendommen.
Ook het verlies of beschadiging van mee-gebrachte spullen komt voor eigen
rekening. De school kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade aan of
het zoek raken van eigendommen.
Terug naar de
bladwijzers |
Eén keer per maand is er spel voor
groep 1 tot en met 4. Alle leerlingen doen dan gezelschapsspel-letjes die
zij zelf mee nemen of die op school aanwezig zijn. Bij de kleuters
vragen wij ouders om de kinderen te helpen.
Terug naar de
bladwijzers |
Sponsoring
mag alleen plaatsvinden op zo’n wijze, dat er voor zowel de school als de
sponsor geen wederzijdse verplichtingen ontstaan. Ook de ouders van de
kinderen mogen zich niet gedwongen voelen producten of diensten van de
sponsoren af te nemen. Reclame-uitingen mogen niet prominent aanwezig zijn
in de school.
Bij sponsoring wordt per project bekeken waaraan het geld besteed wordt. De
exacte richtlijnen hiervoor moeten nog in de MR besproken worden.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Voor de leerlingen van de school worden
steeds vaker toernooien georganiseerd. Met de leerlingen spreken wij af dat
wij aan zoveel mogelijk toernooien meedoen en dat uit de deelnemende klas
minstens een vader of moeder, of een andere volwassene, de groep begeleidt.
Ook hier is uw hulp en soms alleen uw aanwezigheid een grote steun. Wij doen
dus alleen mee aan sporttoernooien als er begeleiders zijn. Aangezien de
data van de sporttoernooien niet van tevoren bekend zijn, kan het voorkomen
dat er geen collega's aanwezig kunnen zijn. Uiteraard proberen de
leerkrachten bij zulke activiteiten wel aanwezig te zijn.
Terug naar de
bladwijzers |
Elke klas mag een keer per jaar een
uitwisseling verzorgen. Dit kan bijvoorbeeld een toneelstuk, een
circusvoorstelling of een musical zijn. Er zijn veel variaties mogelijk. De
kinderen leren op een speelse manier zicht te presenteren voor een groep.
Het is leuk en verrassend de jaarlijkse ontwikkeling te zien.
De uitwisseling wordt in de klas geoefend en later opgevoerd op De Deel.
De uitwisselingen vinden veelal plaats op vrijdag. Bij deze
groepspresentaties zijn de ouders van harte welkom. Ook broertjes en of
zusjes uit een andere groep mogen de eerste voorstelling bijwonen. Overlegt
u dit wel met de leer-kracht. In sommige gevallen gaat de groep zelf al bij
de uitwisseling kijken. Hiervoor is een rooster opgesteld. In dat geval kan
uw kind die voorstelling niet nog een tweede keer bekijken.
In de maandelijkse info (Borgjournaal) vermelden wij bij de agenda welke
groepen een optreden verzorgen. In groep 8 vindt in plaats van de
uitwisseling de afscheidsmusical plaats. Alle klassen mogen deze bezoeken.
Ook worden er twee avonden verzorgt waarbij ouders de musical kunnen zien.
Terug naar de
bladwijzers |
Als school willen wij de veiligheid
voor kinderen, leerkrachten en ouders garanderen. Hiervoor wordt onze school
met regelmaat bezocht door de Arbo-dienst. Er wordt dan gekeken naar de
vei-ligheid van het gebouw, het meubilair en de arbeidsomstandigheden. De
aanbevelingen die door de Arbo-dienst worden gedaan, nemen wij serieus.
Op onze school zijn een aantal leerkrachten geschoold als
bedrijfshulpverlener. Ook oefenen wij meerder keren per jaar het
ontruimingsplan.
Daarnaast willen wij iedereen een sociaal-emotionele veiligheid bieden. De
Borg gebruikt een pest-protocol. Het COG Drenthe heeft in haar beleid een
gedragsprotocol beschreven voor zowel leer-krachten als leerlingen van COG
Drenthe. Tijdens de lessen besteden we regelmatig aandacht aan de sociale
omgang met elkaar.
Terug naar de
bladwijzers |
In het geval van twee leerkrachten voor
de groep wordt er vaak een datum geprikt waarop beide verjaardagen gevierd
worden. De leerkracht van een parallel groep organiseert deze verjaardag. U
krijgt een briefje waarop staat wanneer het feest plaatsvindt. In de brief
wordt ook gevraagd of u een klein bedrag wilt geven voor een cadeautje voor
de leerling. De organiserende leerkracht zal van het geld een cadeau voor de
jarige kopen.
De kinderen hoeven deze dag geen eten en drinken mee, omdat ze worden
getrakteerd. Leerlingen van de onderbouw mogen ook verkleed op school komen.
De jarige leerkracht zorgt voor een fees-telijk programma die dag.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Van oudsher brengen de leerlingen op de
christelijke scholen in Nederland zendingsgeld bij elkaar. Elke maandag
mogen ook de kinderen van De Borg een klein bedrag meenemen. In overleg met
de ouderraad kiezen wij een goed doel waaraan wij het zendingsgeld besteden.
Er zijn maandelijks een aantal vaste doelen en er wordt ook met regelmaat
een speciaal doel gesteund. Dit kan een doel zijn naar aanleiding van een
landelijke actie, maar ook u kunt een doel inbrengen. Via het Borgjour-naal
wordt u op de hoogte gehouden van de besteding van het geld.
Terug naar de
bladwijzers |
|
Er kunnen
allerlei klachten op een school voorkomen. We gaan ervan uit dat de
‘lichtere’ klachten zoveel mogelijk binnen de school opgelost worden. In
eerste instantie is de groepsleerkracht de eerst aangewezen persoon om
eventuele klachten mee te bespreken. Wordt er geen oplossing gevonden, of
betreft het meer schoolgebonden klachten, dan kan men contact opnemen met de
directie.
Indien dat
echter, gelet op de aard van de klacht niet mogelijk is, of als de
afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan men een beroep
doen op de klachtenregeling van COG Drenthe.
Volgens de klachtenregeling zullen
ouders/verzorgers in de meeste gevallen met hun klacht eerst terechtkomen
bij:
De contactpersoon van de school
De contactpersoon van onze
school is:
Dhr. E. Dijkman
Kleihamel 14
Tel. 343781
De taken van de contactpersonen zijn:
Eerste opvang binnen de school van de kla(a)g(st)er;
Informatie geven over de mogelijk te volgen procedures binnen (informele
klacht) en buiten (formele klacht) de school;
Het verkennen welke procedure naar de mening van de kla(a)g(st)er de meest
wenselijke is;
Het stimuleren en initiëren van overleg en activiteiten door en met het team
en de medezeggenschapsraad van activiteiten in het kader van voorlichting
over o.a. seksuele intimidatie, huislijk geweld en procedures bij het
indienen van een klacht.
Hij/zij zal naar het verhaal luisteren en samen met de ouders/verzorgers
kijken naar wat er nu gaat gebeuren. De contactpersoon gaat niet zelf aan de
slag, maar verwijst ouders/verzorgers door naar de:
Externe vertrouwenspersoon
Door COG Drenthe zijn twee
externe vertrouwenspersonen aangesteld. De externe vertrouwenspersoon zal
met de ouders/verzorgers over de klacht praten en kijken welke volgende
stappen zinvol zijn. Dat kan een vorm van hulpverlening zijn, besluiten om
wel of geen klacht in te dienen en/of stappen doen van aangifte bij de
politie. De ouders/verzorgers beslissen welke stappen zij willen zetten, de
vertrouwenspersoon ondersteunt hen desgewenst daarbij.
Ouders/verzorgers hebben een keuze waar ze schriftelijk hun klacht in willen
dienen. Dit kan bij het schoolbestuur (algemeen directeur COG Drenthe) of
bij de klachtencommissie. In ieder geval bepaalt de wet dat zij de volgende
twee mogelijkheden heeft:
als men
kiest voor het indienen van de klacht bij het bestuur, is men gelijk aan het
adres van degene die uiteindelijk over de klacht beslist.
als men kiest voor het indienen van de klacht bij de klachtencommissie, zal
deze een oordeel geven over de gegrondheid van de klacht en mogelijk
adviseren over te treffen maatregelen. Het bevoegd gezag, de klager en de
aangeklaagde worden meegedeeld of de klacht wordt onderzocht. Ook de
directeur van de betrokken school ontvangt bericht. De klachtencommissie
houdt een hoorzitting binnen 4 weken na ontvangst van de klacht. Na de
hoorzitting zal de klachtencommissie een oordeel en advies opstellen. Dit
oordeel en advies gaan naar het schoolbestuur. Dat beslist vervolgens of het
het oordeel van de klachtencommissie deelt en de maatregelen overneemt.
Hoewel de weg langs de klachtencommissie dus langer is, heeft de wet toch
deze mogelijkheid voor klagers in het leven geroepen. Dit om meer garanties
te bieden dat er een oordeel over de klacht komt dat onafhankelijk is.
Natuurlijk hopen wij dat het nooit nodig zal zijn om een klacht in te
dienen. Wij voelen ons, samen met de ouders/verzorgers, verantwoordelijk
voor het realiseren van een veilige school met een prettig pedagogisch
klimaat. De uitgebreide klachtenprocedure ligt op school ter inzage. Ook is
op school een gedragscode voor personeelsleden verkrijgbaar.
Adressen:
COG Drenthe Klachtencommissie
T.a.v. de algemeen directeur T.a.v. dhr. B. Krijgsheld (vz.)
Postbus 167 Pr. Margrietstraat 8
9400 AD Assen 9401 PA Assen
Inspectie:
www.onderwijsinspectie.nl
info@owinsp.nl
Vragen over het onderwijs:
0800-8051
Of
0900-5010 informatie- en advieslijn voor ouders over onderwijs
zie ook: www.50tien.nl
Klachtenmelding over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig
psychisch of fysiek geweld:
Meldpunt Vertrouwensinspecteur:
0900-1113111 (lokaal tarief)
Alles en iedereen
Het JeugdPunt is er voor iedereen. Voor alle soorten vragen en mogelijke
problemen.
Jij kunt contact opnemen met het JeugdPunt als je naar een andere school
moet en je vindt het eng. Als je gepest wordt en niet weet hoe je het pesten
moet laten stoppen. Als je tot over je oren in de schulden zit en er niet
meer uit kan komen. Als je ongewenst zwanger bent. Als je ouders gaan
scheiden. Als je broertje gehandicapt is. Je kunt voor al je vragen of jouw
onzekerheden te-recht bij het JeugdPunt.
Het JeugdPunt is bereikbaar tijdens kantooruren op
telefoonnummer (06) 10 84 26 71
e-mail
jeugdpuntmiddendrenthe@noordermaat.nl
website
www.middendrenthe.nl/jeugdpunt
Procedure klachtenregeling
|
Informele
klacht |
De
meeste klachten verlopen langs de
informele weg. |
|
|
|
Gesprek met
leerkracht oplossing? |
|
nee
|
|
Gesprek met
directeur
oplossing? |
|
nee
|
|
Gesprek met
bevoegd gezag
oplossing? |
|
nee
|
|
Formele klacht
|
Klachten
kunnen
uiteraard ook direct het
formele traject aflopen. |
|
|
|
via:
Contactpersoon van de school
De
contactpersoon brengt actief het contact tot stand tussen de
vertrouwenspersoon en de kla(a)g(st)er. |
|
|
|
Vertrouwenspersoon
Onderzoekt of
er op schoolniveau naar een oplossing is gezocht.
Kan de klager
de overweging geven om:
·
geen klacht in te dienen.
·
klacht in te dienen bij de klachtencommissie
·
aangifte te doen bij politie/justitie.
|
|
|
|
·
Klacht wordt ingediend bij de klachtencommissie.
·
Alleen schriftelijk ingebrachte klachten worden behandeld. |
|
|
|
·
De klachtencommissie deelt aan bevoegd gezag, klager en aangeklaagde
mee dat de klacht wordt onderzocht. Ook de directeur van de
betrokken school ontvangt bericht. |
|
|
|
·
De klachtencommissie houdt een hoorzitting binnen 4 weken na
ontvangst van de klacht. Kan externe deskundigen inroepen. |
|
|
|
·
De Klachtencommissie heeft vier weken de tijd voor het opstellen van
een advies (met een verlengingsmogelijkheid van vier weken) |
|
|
|
·
Het bevoegd gezag heeft vier weken de tijd voor het opmaken van een
eindoordeel. (met een verlengingsmogelijkheid van vier weken) |
|
|
|
Uitspraak en
afronding |
Terug naar de
bladwijzers |
|
|
|
|
|
|